Techniek in de sport

Deel 1 : Dogma’s binnen de ‘voetballerij’

 

Door TobSport redactieteam, TobSport.nl

Gepost op: 10-09-2008.

 

Wetenschap en sport zijn tegenwoordig onlosmakelijk met elkaar verbonden. Techniek is niet meer weg te denken. Denk aan verbeterde hulpmiddelen en sportattributen, maar ook verbeterde trainingsmethoden en bijvoorbeeld de enorme budgetten voor technologie in de Formule 1. Deze serie artikelen neemt enkele technologische toepassingen in de sport onder de loep. Maar ook moderne trainingsmethoden en –opvattingen komen aan bod. Want technologie is ‘all around ’. We kunnen er niet meer aan ontkomen.

 

Toch zijn nog niet alle sporten en hun beoefenaars (lees: machthebbers, bobo’s) overtuigd van het nut van het inzetten van de wetenschap om tot verbeterde prestaties te komen. Met name ons nationale troetelkind blijft achter: het voetbal. Chagrijnig verzet men zich in de conservatieve ‘voetballerij’ tegen alles wat riekt naar wetenschap en technologie. Hier vindt men geen windtunnels en lichaamssensoren, maar thee tijdens de rust en het spelen in een vaste ‘huisstijl’. We hebben nog steeds geen camera’s op de doellijn en ook ergeren we ons elke week weer mateloos aan alle prachtige, onterecht afgekeurde ‘buitenspelgoals’. Een prachtig voorbeeld van hoe het slecht toepassen van een spelregel een sport lam kan leggen.

 

In dit artikel wordt de voetbalwereld wakker geschud. In deel 2 kijken we vervolgens hoe het er bij andere sporten aan toegaat. Volg TobSport eerst op weg naar Rotterdam-Zuid:

 

De methode Verbeek bij Feyenoord

 

Toen Gertjan Verbeek dit jaar bij de start van zijn dienstverband in de media uitleg gaf over zijn aanpak bij Feyenoord, werd er lacherig gereageerd. De coach wil fors gaan insteken op het verbeteren van de conditie, explosiviteit en (duel)kracht van zijn spelers. Daarmee is hij een vreemde eend in het voetbal. Tegenover Sp!ts, dat zich afvraagt ‘of Verbeek het niet vervelend vindt, zoveel vragen over krachttraining te moeten beantwoorden’: “Nee hoor, voor jullie journalisten is deze manier van werken ook nieuw, want zo te zien komen jullie niet vaak in een krachthonk, haha.” Verbeek bewees zijn aanpak bij Heerenveen en gelooft in een individueel krachttrainingsprogramma, waarbij gelet wordt op de individuele verbeterpunten van een speler en zijn taak in het veld. Krachttraining wordt vast bij elke club wel in een of andere vorm toegepast. Ik betwijfel dat de aanpak overal met een solide grondgedachte of zelfs wetenschappelijk onderzoek onderbouwd wordt. De amateuristische aanpak bij Feyenoord, die Verbeek aantrof onderstreept deze stelling. Hij schrok zich rot.

 

Interviewer Van Boven van Sp!ts stelt verder over de aanpak van Verbeek: “Zijn vorige werkgever SC Heerenveen was betreft de fysieke gesteldheid van de spelers een absolute topclub. Moeiteloos werkten ze de krachtoefeningen af, simpelweg omdat die manier van trainen in de traditie van de club zit opgesloten. Verbeek schrok zich dan ook rot toen hij bij Feyenoord aan de slag ging. Niet alleen waren de fitnessfaciliteiten abominabel slecht, ook de spelers haakten al af bij de meest simpele krachtproeven.” Verbeek was zelf een krachtspeler, hij spreekt uit ervaring: “Ik was geen heel goede voetballer, dus moest ik het van mijn kracht hebben. Dankzij mijn fysieke gesteldheid ben ik nooit geblesseerd geraakt. Nóóit! Bovendien waren veel tegenstanders bang voor mij. Dat geeft veel zelfvertrouwen, als er een grote neger tegen je aanloopt en hij valt omver. Dan voel je je goed, hoor.”

 

Kritiek op Verbeek’s handelen

 

De kritiek op Verbeek’s werkwijze vanuit het old-boys-netwerk in de voetballerij en de journalistiek is opvallend te noemen. In andere sporten wordt al jaren gebruik gemaakt van het individueel verbeteren van kracht, uithoudingsvermogen en het zo goed mogelijk opbouwen van specifieke spiergroepen. Verbeek heeft een selectie met een hoge gemiddelde leeftijd. Hij zal zijn krachttraining voor de oudere spelers meer geleidelijk op moeten bouwen, maar op termijn zal zijn selectie beter bestand zijn tegen blessures en een hoge wedstrijdbelasting. Zijn selectie zal moeilijker te verslaan zijn in de persoonlijke duels, die op kracht worden uitgevochten. Verbeek: “We zijn nu nog bezig met het basisprogramma, maar straks krijgt iedereen een individueel krachtschema. Het is heel slecht om alle spelers met dezelfde opdracht het krachthonk in te sturen. Andwélé Slory heeft bijvoorbeeld veel B2-spieren om mee te sprinten. Maar Giovanni van Bronckhorst beschikt juist over de spieren van een duursporter.

 

Een hart onder de riem met betrekking tot zijn aanpak ontving Verbeek tijdens het EK van dit jaar van Frank de Boer. Na een uitzending van Studio Sportzomer praatten de heren over krachttraining. De Boer begon er pas mee toen hij geblesseerd raakte en stelde tegenover Verbeek: “Ik zou willen dat ik er al op mijn zeventiende mee was begonnen, dan had ik meer uit mezelf kunnen halen dan ik nu heb gedaan.” Verbeek wijst ook op Van Nistelrooy, die “altijd enkele oefeningen doet, voordat hij het veld op gaat om met de bal te trainen.” Verbeek’s aanpak heeft tijd nodig om echt te kunnen wortelen binnen Feyenoord. Hopelijk krijgt hij die tijd, ook na een eventueel tegenvallend eerste seizoen. En er is meer dan alleen kracht. Nog belangrijker zijn de techniek en de slimheid, die een speler aan de dag kan leggen. Daarom nu:

 

Jan Mulder en de techniek van de strafschop

 

Ook als het gaat om het trainen van de techniek in het spel bij het voetbal is er nog een wereld te winnen. Net als bij krachttraining wordt er over het algemeen nog steeds gewerkt volgens gangbare en ‘beproefde’ methoden. Denk maar eens aan het trainen op het nemen van een penalty. Hele volksstammen aan voetbaltrainers geloven nog steeds niet in het feit, dat je kunt trainen op het nemen van een penalty. There, I said it:Feit, je kunt er op trainen.” Het excuus is zwak. De wedstrijddruk zou op het trainingsveld ontbreken, zodat de simulatie altijd te kort schiet. Maar is het met dit gegeven in ogenschouw genomen logisch om dan maar compleet af te zien van het oefenen op het nemen van strafschoppen? Strafschoppenseries beslissen wel over het wel of niet verdienen van miljoenen in de (Europese) competities bij het bereiken van de volgende ronde.

 

Gelukkig is er ook binnen de voetbalwereld een baken van gezond verstand te vinden. De zelfverklaarde ‘moeder aller deskundigen’: Jan Mulder. Al in 1998 schreef hij, tijdens het WK voetbal in Frankrijk, over de schrafschoppen-controverse in zijn boek “Villa BvD”. Hij schrijft (via een omweg) over de gemiste strafschop van Ronald de Boer in de halve finale, die Nederland huiswaarts deed keren: “…Er is altijd een nieuwe kans. Zo niet bij de belangrijkste trap in het topvoetbal: de strafschop. Ronald mist de beslissende, Nederland ligt eruit. Dat wil zeggen, Ronald mist niet, hij verdroomt de boel op een professioneel ontoelaatbare manier…Wat gebeurt er? De held is er even niet met zijn hoofd bij. De oorzaak van zo’n toneelstuk is te vinden in de ‘voorbereiding’.”

 

Trainen op de belangrijkste trap in het voetbal

 

Mulder bekritiseert coach Guus Hiddink (en Cruijff, Van Gaal en “nog betere trainers”), die voor een salaris van 7 miljoen “de beste club van de wereldReal Madrid traint, maar die de strafschop niet interesseert. Volgens Mulder is Hiddink er ook van overtuigd dat het ontbreken van de wedstrijdspanning trainen op strafschoppen onmogelijk maakt. Mulder: “Hetgeen onjuist is. De spanning is er dan wel niet, maar die zenuwen kun je aan de hand van een paar grondregels beter beteugelen”. Mulder noemt als grondregels: een strakke aanloop nemen, schieten met binnenkant voet, onderweg niet je plan aanpassen. De bal dient weggetrapt te worden “zoals een geweerschutter een kogel afschiet richting schietschijf, met een schouder achter de kolf en de ogen en armen gericht op het doel” en niet zoals De Boer “het zware geweer met één hand vanuit de heup op doel richten”.

 

Dan is er nog het moment dat vooraf gaat aan de strafschoppenserie. Gestresste coaches rennen rond met lijstjes en peilen spelers of ze er trek in hebben om een pingel te nemen. Mulder bekritiseert het op het laatste moment bepalen van degenen die een penalty gaan nemen: “Je hoort vaak ook de raarste redenen om iemand geen strafschop te laten nemen. ‘Hij zat niet in de wedstrijd’, ‘Edgar wou liever niet’, ‘Pietje kwam net van de bank af’.” Mulder kreeg in Frankrijk nog wel de gelegenheid de hoofdverantwoordelijke aan te spreken: Na de verloren halve finale zit Guus Hiddink aan de tafel van Villa BvD. Nee, er was niet op het nemen van strafschoppen getraind. Hij wuift mijn theorie weg, met ‘Ach ja, dat is achteraf praten.

 

Met dit voorbeeld wordt juist een van de meest vooruitstrevende voetbaltrainers binnen het wereldje wel enigszins te kort gedaan. In deel 2 van het TobSport-epos “Techniek in de sport” komen we nog terug bij de man uit de Achterhoek. Maar dan een positieve noot: Hiddink duikt op als een unieke voetbaltrainer. Een trainer, die samenwerkt met TNO om tot verbeterde prestaties te komen...

 

TobSport’s conclusie over het gebruik van techniek in de sport volgt in deel 2!

 

 

Bronnen:

 

Sp!ts/ Johan van Boven – Krachtpatser eist maximale. Geen speler houdt Verbeek bij met krachttraining”, 4 augustus 2008.

Jan Mulder – “Villa BvD”, De Bezige Bij, Amsterdam, 1999.

 

Foto’s:

 

Feyenoord.nieuwslog.nl, Soccernews.nl, Marc15.web-log.nl, HLN.be, Perik.zone5300.nl, Klux.nl, Voetbalvandaag.nl/Jelmer van der Dussen, Getty Images/Phil Cole

 

 

 

 

Meer van deze schrijver