|
|
Terug naar de top Hoe het Nederlandse voetbal weer de aansluiting kan
vinden bij de Europese top Door GERSON HEIDINGA, TobSport.nl Gepost op:
18-01-2008. “Ga anders opleiden, haal
die gelouterde profs terug uit het buitenland, inspireer ze tot het dirigeren
van het team en zoek een multi-disciplinair opgeleide coach, die zorgt voor
betere chemie in het elftal. Dat is de enige weg voor een terugkeer naar de
top”. Ons nationale troetelkind heeft een hoop van haar oude
glans verloren. De dominantie van ‘De Hollandsche School’ is niet meer. Al
lang niet meer. Als een klagende tranenzang, of een treurig requiem, trekt
elke week een keur aan leunende en steunende mannen van (over het algemeen)
middelbare leeftijd aan ons netvlies voorbij, die een hoeveelheid gal en
chagrijn spuwen gelijk de capaciteit van enkele flinke olietankers. Deze
heren (en Barbara) schetsen over het algemeen een zwartgallig beeld van de
toekomst van het Nederlandse voetbal. De strekking van de boodschap is
vrijwel altijd dezelfde. Het niveau van het voetbal in Nederland zit in een onomkeerbare neerwaartse spiraal, met misschien een incidenteel succes om ons op te
verheugen in de toekomst. De incidentele
successen in het nabije verleden kunnen we ons allemaal nog wel
herinneren (Wat waren we blij!). Ajax won in 1995 de Champions League, in het
eerste jaar van de huidige opzet van het toernooi. De laatste jaren heeft de
club echter moeite zich te plaatsen voor datzelfde toernooi, tegen minder
aansprekende tegenstanders als bijvoorbeeld Slavia Praag en Dinamo Zagreb.
Feyenoord won de UEFA-cup door het beleid van Jorien van den Herik en de
‘free-kicks’ van Pi-Air, maar werd de laatste jaren in kwalificatieronden uitgeschakeld,
of men plaatste zich niet voor deelname aan Europees voetbal. PSV zette het
afgelopen decennium aansprekende resultaten neer in de Champions League, maar
lijkt niet te kunnen doorstoten tot de ronden die de uiteindelijke winnaar
opleveren. Het hoogtepunt was het bereiken van de halve finale tegen AC
Milan. De neerwaartse
spiraal is ook voor iedereen goed zichtbaar. Het verschil in de hoogte
van begrotingen tussen de Europese top en die van ons neemt alleen maar toe.
Hogere inkomsten (uit o.a. televisie- en transfergelden, merchandising en
sponsoring) in combinatie met een grotere thuismarkt en een gunstiger
(belasting)klimaat zijn factoren, die werken als een accelerator in dit
proces. Het verschil in verdiensten wordt groter zoals gezegd. Het wordt
lastiger jonge buitenlandse talenten aan te trekken. Onze eigen talenten
vertrekken op steeds jongere leeftijd naar het buitenland. Italië, Spanje en
Engeland waren qua competitie altijd al een maatje te groot voor ons. Maar
onze concurrentiepositie is ook verslechterd in vergelijking met de Turkse,
Duitse en Franse competities. Het spel van de Europese top is niet verfrissend, creatief
en gaat niet gepaard met een aanvallende instelling, zoals we zelf graag
willen spelen. We spelen niet het spel van de winnende teams. Winnende teams
(in fysieke topconditie) brengen hun eenzame kunstenaars in stelling, in een
korte flitsende golf over het veld en graven zich daarna massaal in, in de
eigen zestien-meter. Het controleren van het middenveld en de aaneenschakeling
van dode spelmomenten bepaalt voor een groot deel winst of verlies. Een groot
deel van het team werkt zich te pletter voor de
enkeling. Niets weggeven, spelen om niet te verliezen. Eenzame solisten halen
de ‘headlines’ met momenten-voetbal zonder oog te hebben voor het genot van
de massa. De massa, die als een leger crack-junks voorlopig gevoelig blijft
hunkeren naar het ‘old boys’-gevoel op de tribune en het veinzen van
clubliefde door hun (zeer tijdelijke) helden (Voel je me, Alfonso?). Ons positiespel,
met vleugels, een aanvallende instelling en het selecteren van spelers op
basis van (enkel) technische voetbalkwaliteiten lijkt niet aan te sluiten bij
het spel van de Europese elite. We delven het onderspit. Ik predik het aanvallend
realisme in wedstrijdtempo à la Guus Hiddink, waarbij spelers op de
flanken opduiken in plaats van daar hun tent op te zetten. De scherpte, die
zijn teams door zijn coaching tentoonspreiden (PSV x 2, Zuid Korea,
Australië) op de momenten dat ‘het-er-echt-toe-doet’, moet voor elke coach in
Nederland voldoende reden zijn zich eens te verdiepen in
‘hoe-hij-dat-precies-doet’. Spelers stijgen boven zichzelf uit onder leiding
van Guus, hij heeft zijn imago als ‘model-coach’ bewezen. Terug naar onze jonge talenten, die voetballen in de
ambiance van de tempels van Milaan, Londen, Barcelona en Madrid. Het Bosman-arrest gaf ze de vrijbrief.
Het probleem is, ze lijken pas daar de laatste stap naar het niveau en de
snelheid van het voetbal dat aan de top gespeeld wordt te kunnen maken. Als
onze clubs deze tempels mogen betreden, bieden ze een groot deel van de
wedstrijd goed en dapper tegenstand (door het spelen
op de aanval), maar beslissen individuele missers (Urby’s) en momenten van
onachtzaamheid (ook Urby’s) het pleit meestal in ons nadeel. Onervarenheid wordt als oorzaak
aangevoerd voor het mislukken van de Europese avonturen. Bovendien hebben we
“onze jeugdopleidingen verkwanseld”. Onze (jonge) topteams bestaan uit buitenlanders van B-garnituur en de
overgebleven talenten van eigen bodem zijn onvoldoende mentaal weerbaar. Soms zelfs gespeend van enig
realisme over het ‘eigen kunnen’. Terwijl teams hun eigen mogelijkheden
onderschatten, zijn het de verwende prinsjes die hun mogelijkheden
overschatten en onvoldoende de waarde van het team inschatten.
En dat doet de gevierde solist uit het buitenland dan weer net niet. Die
beseft dat de Gattuso’s, Maldini’s en Nesta’s zorgen dat je het best uit de
verf komt (Of niet, Clarence, brada?!). Ik zeg:
“Wees zuinig op je Jeroen Heubach-en, je Sjaak Polak’s en je Demy de Zeeuw-s
en andere clubankers, want ze zijn van een uitstervend ras. Kweek die nieuwe
Jan Wouters, die nieuwe Raymond Atteveld of een nieuwe Van der Kerkhof of
twee.” De profeten van het doemdenken zien deze feiten onder ogen
en voorspellen de neerwaartse spiraal
en de incidentele successen die
met grote tussenpozen en meer geluk dan wijsheid tot stand zullen komen.
Misschien. Toch zie ik mogelijkheden.
Neem nou de jeugdopleiding. Het instituut Johan Cruijff verklaart dat onze
jeugdopleiding aan kwaliteit heeft ingeboet. Toch lijkt het me, dat voetbal
in technische zin niet veel slechter onderwezen zal worden dan enkele jaren
geleden. Het euvel zit hem in het feit dat het tegenwoordige voetbal meer
vraagt van een speler dan een goede balbeheersing. Het belang van het niveau
van de conditie en het atletisch vermogen van de
spelers neemt alleen maar toe. De dynamiek van de persoonlijke omgeving en
belevingswereld van de speler (door roulatie-systemen, hoge transfergelden,
media-aandacht en weinig consistentie door een hoog verloop onder trainers en
spelers) vraagt om een hoge mate van mentale
weerbaarheid en een ‘over-mijn-lijk-winnaarsmentaliteit’ om te kunnen
slagen en stand te kunnen houden aan de top. Precies die winnaarsmentaliteit,
lijken wij onze spelers in ons eigen land niet meer te kunnen bijbrengen.
Daar komt bij, dat spelers in diverse buitenlandse competities vaker op
topniveau moeten presteren dan onze jongens. Meer wedstrijden op niveau
betekent meer ervaring in
spelsituaties en ‘hoe-dwing-ik-een-overwinning-af’, meer mentale hardheid,
een betere kennis van de eigen (on)mogelijkheden, een beter
inschattingsvermogen en ‘feel for the game’, enz. Terug naar de mogelijkheden
bij de jeugdopleiding. Al jaren proberen topcoaches van buiten het
voetbal de introverte voetbalwereld wakker te schreeuwen. Een gebrek aan
leiderschap, inzicht in groepsprocessen,
‘the-basic-psychology-of-the-human-mind’, fingerspitzen-gefuhl en andere
niet-direct-voetbalgerelateerde inzichten, maakt dat een brede schare
trainers in het Nederlandse voetbal de mogelijkheden van hun selectie
onvoldoende benut. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk (Louis, Willem,
Foppe, Bert, Guus(!) en Fra/enk?). Anderen moeten
zich nog bewijzen (en winnen), maar hebben onmiskenbaar potentie (Ron, Henk,
Fred, Martin, Co en toch ook Ronald). Om onze jonge talenten al op jeugdige
leeftijd klaar te stomen voor gevechten met de Europese top is het trainen
van de mentale weerbaarheid net zo
belangrijk als het ontwikkelen van de technische voetbalkwaliteiten. Je hebt
ze allebei nodig om te kunnen winnen. Plus je voetbal-slimheid (teach the
game!) en de conditie van een beer. Je zult je leven als prof in het teken
van je sport en winnen moeten kunnen stellen met totale toewijding. Andere sporten
zagen al veel eerder het belang in van deze factoren en spelen er beter op in
door een betere (mentale) begeleiding
te bieden. Het breder stellen van de prioriteiten in oefenstof door de
introductie van nieuwe disciplines en denkwijzen kan de jeugdopleiding
verbeteren. Het niveau van onze eigen jonge
spelers bij de topclubs is met deze maatregelen gestegen. Sommigen vertrekken
vroeg (Hé, Royston), anderen wat later (Ooijer). De jaren dat ze voor ons
spelen kunnen ze, door het hameren op mentale
hardheid, clubliefde en ‘drive’ in training, meer tegenstand bieden in
internationale wedstrijden. De gaten in onze topelftallen worden opgevuld
door het blijven investeren in het
scouting-apparaat en het ontdekken van de nieuwe Romariootjes, de
Ronaldootjes, de Litmanen’s, de Alex-jes, de Alves-jes, de Kalou-tjes, de
Chivu-tjes en de Ibrahimovitch-jes (duurde even) en het op de koop toenemen
van de Sonck-jes, de Luque-tjes, de Pelle-tjes, de Ostlund-jes, de Leonard-s
en de Michael Ball’s. De huidige coaches worden gestimuleerd zich te
verdiepen in groepsprocessen en het inspelen op de motivatie van de
individuele speler en realiseren zo een verbeterde
chemie in de net op elkaar ingespeelde teams. Zo
niet, dan worden ze gedegradeerd van trainer/coach tot trainer en zullen ze
moeten samenwerken met een ‘people manager’ met tactisch inzicht die het team
coacht. Trainers die blijven weigeren te trainen op het nemen van strafschoppen
en lacherig blijven doen over team-buildingconcepten zullen dan snel weer
staan waar ze horen. Op een drassig veld in een windgat in een buitenwijk,
schreeuwend naar een voorthobbelende verzameling bierbuiken. De opzet van de
competitie met play-offs zorgt voor meer wedstrijden op niveau,
uitgestrekt over een langere periode. Dit sterkt onze teams en verbetert het niveau van een groter
aantal spelers dan voorheen, als ze teams uit het buitenland tegemoet treden.
Het nivelleren van het verschil tussen top en subtop (Hallo AZ, Twente,
Heerenveen en Groningen!) zorgt ook voor meer wedstrijden op een hoger niveau
(en meer inkomsten). Een drukker en intensiever programma moet
misschien leiden tot een minder intensief trainingsschema om de kans op
blessures te verminderen (zoals in Engeland, zegt Johan Derksen dan). Clubs
als Groningen en Heerenveen tonen dit seizoen aan dat een goed
scoutingapparaat, zonder enorme sommen geld te investeren, nog steeds erg
goede spelers kan binnenbrengen. Dat moeten de topclubs ook kunnen. Ze moeten
weer vrijuit hun gewenste spelstijl voor de lange termijn toepassen, zonder
zich aan te passen aan de tegenstander. Dan maar een paar extra
verliespartijen accepteren. Met de huidige overlevingstactieken verliest men
ook punten. De mogelijkheden
voor het Nederlandse voetbal worden ook bevestigd door de incidentele successen, waaraan de profeten van het
doemdenken refereren. Elk van de teams, die ‘incidenteel’ succes behaalde in
het nabije verleden haalde namelijk niet geheel
incidenteel een Hollandse ‘galactico’
terug vanuit den vreemde. Een ervaren jongen met een stabiele en
overziende voetbalbril en de ‘drive’ en trots om voor de eer van de club (en
breder, het land) te vechten. Die jongens kennen we allemaal, want ze zijn
uit een zeldzame kwaliteit hout gesneden. Hun profiel is eenvoudig te
onderscheiden. Ze kunnen communiceren met- en zich verplaatsen in veel
verschillende typen mensen, ze begrijpen het teambelang en zien rollen voor
hun teamgenoten en weten hen te stimuleren deze te vervullen. Voor Feyenoord
was deze rol weggelegd voor Pierre van Hooijdonck, want zonder zijn
goals (op hachelijke momenten) was er geen cup dat jaar in Rotterdam-Zuid.
Jaren van training op vrije trappen betaalde zich uit. De
ervaren en met een pure winnaarsmentaliteit gezegende Bert van Marwijk, Paul
Bosvelt en Kees van Wonderen vormden samen met hem de ruggengraat van het
team. Bij PSV waren dat Guus Hiddink, Phillip Cocu en Luc Nilis
(Vlaamse ‘galactico’), die met hun mentaliteit een elftal opvoedden. Zij
werden geholpen door Alex, Gomez, Mark van Bommel, Andre Ooijer en Ruud van
Nistelrooij. Ajax haalde Frank Rijkaard terug en de rest is
geschiedenis. Van Gaal bouwde een hecht team met jonge talenten met
discipline, voldoende motivatie en een fantastische beheersing van het
spelconcept. Ook Jaap Stam en Edgar Davids waren spelers met het
juiste profiel om spelers op sleeptouw te nemen. Blessures en een gebrek aan
juist die mentale hardheid in de rest van het team zorgden voor een gebrek
aan succes door de invloed van de veteranen (Je bent jong en je maakt wel
eens een Urby…). Feyenoord heeft op dit moment een mooi duo samengesteld in Roy
Makaay en Giovanni van Bronckhorst. Krijgen ze genoeg hulp en hebben ze
voldoende tijd om potten te kunnen breken? Wanneer keert Ruud van Nistelrooy
terug in het Philips-stadion? En Van Bommel? Wanneer besluiten Rafael Van der
Vaart en Wesley Sneijder dat ze de power nog hebben om Ajax te terug te
leiden naar de internationale top, terwijl ze leiding geven aan een verzameling
stevig-in-hun-schoenen-staande jongeren, die we nu nog helemaal niet kennen? Mijn stelling is hierbij dat het verschil in begrotingen
en dergelijke wel van belang is, maar dat met een flexibeler
opleidingsapparaat en additionele nieuwe
ideeën in training en coaching onze snel veranderende topelftallen
klaargestoomd kunnen worden om zich te kunnen meten met de Europese top. Leer je spelers in de jeugdopleiding
clubliefde aan. Inspireer ze door ze te laten beseffen dat geld nooit
opweegt tegen de eer van het behalen van succes voor club en land. Dat ze met
meer ervaring meer kans hebben te slagen in het buitenland. Dat je ook
financieel onafhankelijk wordt (of al bent) als je pas op je 26e
of 27e naar een buitenlandse club vertrekt. Laat ze van hun club
leren houden door ze al jong mee te laten lopen met de vrijwilligers bij hun
amateurclubs. Ze zien dat mensen uit liefde voor een club en een sport op hun
vrije dag witte lijnen op een grasveld gaan trekken, een zwart ‘gay’ pakje
aantrekken en op een fluitje blazen en frikadellen bakken in een troosteloze
sportkantine vol met huilende koters. Als
Nederlandse spelers langer bij hun club blijven door pure clubliefde krijg je
beter op elkaar ingespeelde teams, beter voetbal en een hoger niveau van de competitie. Natuurlijk, zoals al veel langer het geval is in Nederland
ben/blijf je afhankelijk van het toevoegen van buitenlands talent. Die
talenten hebben we ondanks een verslechterde concurrentiepositie toch altijd
gevonden. Ik verwacht dat we dat ook blijven doen. Nederland zal altijd
aantrekkelijk blijven voetballen (maar hopelijk wel realistisch, zie Guus) en
in combinatie met de historische faam van onze topclubs zal Nederland altijd
wel in voldoende mate blijven aanspreken. We hebben de buitenlandse talenten
ook altijd voor een korte periode voldoende kunnen betalen. We zullen
voldoende buitenlands talent
blijven vinden. We blijven een springplank naar de Europese top, waarin we
nog steeds om de paar jaar moeten kunnen opduiken.
De Europese topclubs zijn (in ieder geval op dit moment) niet stabiel over
langere tijd gezien. Bovendien, een winnend elftal (en een goede chemie in
het team) kun je niet kopen. Kortom: Ga anders opleiden, haal die gelouterde profs
terug uit het buitenland, inspireer ze tot het dirigeren van het team en zoek
een multi-disciplinair opgeleide coach, die zorgt voor betere chemie in het
elftal. Dat is de enige weg voor een terugkeer naar de top. De wind in de rug
zou best eens veroorzaakt kunnen worden door het instellen van ‘een x-aantal buitenlanders per team’-regel. Een plannetje van
UEFA-baas Michel Platini, die wordt toegejuichd door Cruijff als hij spreekt
over het verbeteren van de jeugdopleiding. Clubs worden gedwongen te
investeren in spelers van eigen bodem, de herkenbaarheid wordt versterkt (en
dus support) en mogelijk verdwijnt minder talent, minder snel over de grens,
doordat de Europese topclubs ook minder buitenlanders kunnen opstellen. Tegen
de tijd dat Zijner Koninklijke Hoogheeden Seedorf, Van Persie, Van der Vaart,
Van Bommel, Van Nistelrooy en Sneijder de tijd rijp achten hun voormalige
clubs terug te begeleiden naar ‘worldwide respectability’, moet er een klein
leger aan tot op het bot gemotiveerde en spel-technisch slimme jeugdige
spelers klaar (kunnen) staan om hen te omringen. Het zit namelijk zo: In Eindhoven wil Theo Maassen wel weer eens een
nieuwe Europa-Cup jatten, een versie uit deze eeuw. In Amsterdam zou de ArenA eindelijk ingezegend
zijn, de ‘magere’ jaren vanaf Morten Olsen vergeten. In Rotterdam vieren ze een nieuwe Kuip met een
frisse start met vertrouwde helden en jong talent. In Alkmaar bewijst Dirk het rendement op zijn
investeringen en brengt toegevoegde waarde met Louis. In Heerenveen leeft de geest van Foppe-de-Overwinnaar
voort in ‘utter’ Friesche nuchterheid. In Enschede blijft Munsterman boeken bij
hoofdsponsor Arke om in het buitenland te wedstrijden te winnen. In Groningen was het vertoonde spel tegen
Fiorentina nog maar het begin van een succesvolle saga. Het komt helemaal goed. Gerson Heidinga. Bronnen: Telegraaf.nl, column Johan Cruijff. Foto onderschriften: Zoeken naar een goede prijs/kwaliteitsverhouding maakt nog
steeds een snelle ommekeer mogelijk. De verzamelde transfersom van aankopen
Tim de Cler (2,8 miljoen), Kevin Hofland (4 miljoen), Luigi Bruins (‘enkele
tonnen’), Van Bronckhorst en Slory (transfervrij) en Makaay (transfersom
onbekend) werd kort-door-de-bocht-gesproken gedekt door de transfer van
Royston Drenthe naar Real Madrid (13 miljoen). Bron: www.log-isch.nl Foto: © ANP/ www.trouw.nl Louis van Gaal bouwde mede door zijn ervaring in het doceren
(vanuit zijn achtergrond aan de ALO) een hecht en gedisciplineerd team, dat
in 1992 de UEFA-Cup won (tegen Torino). In 1995 volgden de Champions League
(tegen Milan) en de Toyota World Cup (tegen Gremio) en in 1996 stond men in
de finale van de Champions League (tegen Juventus). Na het vertrek van Van
Gaal in 1997 heeft geen enkele hoofdtrainer bij Ajax zijn contract nog
uitgediend. Bron: www.wikipedia.nl
Foto: blog.seniorennet.be/ajax/ Hiddink inspireerde clubs als Real Madrid, Valencia, PSV en
landen als Nederland, Rusland, Australië en Zuid-Korea tot grootse daden en
toonde zich een ware ‘peoplemanager’. Foto: www.hoeijmakers.net, Getty images: www.smh.com.au Reageer
op dit artikel in het forum |
|