|
|
Doping in de sportwereld (deel 2)Een overzicht: dopingproducten in verleden, heden
en toekomst Door GERSON HEIDINGA, TobSport.nlGepost en
ge-update op: 07-03-2010. Geschreven: 02-08-2009 In dit artikel: ·
Dopingvarianten uit het heden en verleden ·
Methoden van controle en handhaving ·
De toekomst: innovatieve (medische) technologie en
gendoping Deel
1 van deze dope dopingserie ging in op de psychologische factoren die een
invloed hebben bij dopinggebruik en de effecten van doping op de gezondheid.
Maar ook het effect van technologie en aandacht voor dopingproducten en
–gebruik in de media kwamen aan bod. Wat is doping en wie maken er gebruik van? Dopinggebruik door sporters werd geconstateerd in alle
belangrijke topsporten. Dopingproducten worden voor dit artikel gedefinieerd als
“alle stimulerende middelen, waarvan het gebruik verboden is
verklaard voor sporters door de betreffende overkoepelende sportinstantie”.
Stimulerende middelen kunnen in deze zin zowel een
technisch (zwempak) als een medisch (EPO) karakter hebben.
Stimulerende middelen zijn dus ‘materialen’ die je kunnen helpen bij het
beoefenen van je sport. Dopingvarianten variëren van tastbare hulpmiddelen
tot stimulerende stoffen. De nadruk licht in dit artikel echter op medische
toepassingen, omdat die in het algemeen beter verborgen gehouden kunnen
worden. Een zwempak is zichtbaar en controleerbaar en eenvoudig
uit te bannen of te adopteren door de concurrentie. Een stof, opgenomen in
het lichaam is veel minder goed aan te duiden. Medische toepassingen zijn
daardoor moeilijker uit te bannen, boeken een grotere resultaatsverbetering
ten opzichte van concurrenten en ondermijnen daardoor het verlangen naar een
eerlijke sport meer dan technische vindingen door wetenschappers. Doping, technologie en wetenschap in de sportwereld… In
deel 1 van deze dopingserie gaven we u een overzicht van de historie van
de media-aandacht voor het gebruik van doping. Het grote publiek werd attent gemaakt op het gebruik van
dopingproducten in de jaren ’80 van de vorige eeuw. Maar het gebruik van
stimulerende middelen op zich, om tot betere sportprestaties te komen, is een
gewoonte die al zo oud is het begrip sport zelf. En niet alleen topsporters
maken tegenwoordig gebruik van verboden en schadelijke middelen. Lees meer
over gebruikers bij u in de buurt in de volgende alinea. Het meest recente voorbeeld van ongewenste technologie
gepusht door de wetenschap en rijke sportfirma’s niet uit het oog verliezen.
Zwempakken werden al in de ban gedaan, omdat ze het belang van het beschikken
over een superieure zwemtechniek ondermijnen. In de wereld van de topsport is
adoptie van de nieuwste technologie om prestaties te verbeteren gemeengoed.
Chapeau voor de wereldzwembond, die een desastreuze technologische
wapenwedloop een halt deed toeroepen. Nadat de sponsorbelangen bij het WK in
Rome gediend waren natuurlijk. Chapeau ook voor Michael Phelps die zijn
simpele Speedo-tje trouw bleef in al die tijd. Innovatieve technologie gebruikt door topsporters komt soms in een later stadium beschikbaar voor het brede publiek. Zo danken we bepaalde snufjes in onze huis-tuin-en-keuken-bolides aan de snelle wagens in de Formule 1. Het gebruik van stimulerende stoffen in het lichaam is echter breder maatschappelijk verbreid fenomeen, dat semi-geaccepteerd wordt. Denk maar eens aan alle feestgangers die in het weekend met een snuifje op stap gaan. Of bodybuilders die snel spiermassa willen kweken en daartoe stimulerende middelen nemen als amateurs. Er bestaan ook een groot aantal middelen die wel legaal te gebruiken zijn door het grote publiek, maar niet door de topsporter. Denk aan voedingssupplementen met stoffen die op voor sporters zwarte lijsten staan. Dopinggebruik onder amateursporters? Het dopinggebruik onder amateursporters in 2009 is een
vrij jonge en groeiende trend, constateert dagblad De Pers. Herman Ram
van de Nederlandse Dopingautoriteit stelt dat er alleen in ons land zo’n 30
tot 35.000 permanente gebruikers van anabolen rondlopen. Hij liet TNO
onderzoek doen. De wereld van het dopinggebruik is niet meer een ver-van-je-bed-show.
Het gaat ineens over Rambo, bij u in de sportschool op de hoek, die er in de
zomer goed uit wil zien op het strand. Of zijn trofeeën wil pakken als
amateur. En daarom zichzelf braaf zijn steroïden toedient. Rambo maakt zich niet schuldig aan oneerlijke competitie
in de sport als hij enkel gebruikt om op te vallen op het strand. Al kan het
zijn dat hij eenvoudiger een dame aan de haak slaat en de nodige
amateurkampioenschappen weet te behalen. In de wereld van de topsport staat het gebruik van doping
echter garant voor spelbederf. Daarom moet zij uitgebannen worden. En omdat
gebruikers onverbeterlijk zijn, dient er meer onderzoek te worden gedaan naar
algemene psychologische risicofactoren in de sport. Zodat beleid kan worden
gedefinieerd, gericht op alle sporters, al vanaf de jongste jeugd. In deel 1 van deze TobSport-serie over doping werd
ingegaan op risicofactoren in de omgeving en het karakter van de topsporter.
Een groot aantal factoren heeft invloed op de neiging van de sporter om
doping te gebruiken. We constateerden al, dat dopinggebruik wijdverspreid is
binnen de wereld van de sport. Dopinggebruik is wijdverspreid! Een
kenner, eerder aangehaald in deel 1 van deze serie bevestigt deze constatering: Ben Johnson, de Canadese ex-atleet, stelt dat 40% van de
professionele sporters tegenwoordig gebruik maakt van doping. Topsporters zijn gevoeliger voor verslavingen, dan de gemiddelde medemens, stelt TobSport in artikel 1. Wanneer de sporter zijn toevlucht neemt tot stimulerende middelen is de weg terug erg lastig te bewandelen. De makkelijkste weg is namelijk de weg van het steeds intensiverende of verhevigende gebruik. De sporter heeft op den duur de stimulerende middelen nodig om te presteren, of hij denkt ze nodig te hebben om voldoende zelfvertrouwen te kweken. In dat geval zijn gebruikte middelen vooral een geestelijke stimulans. Onschuldige stimulerende middelen Het gebruik van stimulerende middelen hoeft geen
problemen op te leveren voor de sporter. Soms is het gebruik zelfs terecht
algemeen geaccepteerd. Vrijwel iedere sporter maakt gebruik van stimulerende
middelen, op zijn eigen wijze en in meer of mindere mate. Een voetballer, die
uit bijgeloof twee verschillende kousen draagt, maakt gebruik van een
stimulerend middel. Het dragen van de verschillende kousen is een vorm van
routine, een manier om zelfvertrouwen te kweken of een manier om ongeluk
tegen te gaan. Het dragen van de sokken wordt gekoppeld aan het behalen van
succes in het verleden. Met name de voetbalwereld staat bekend om het
belijden van het bijgeloof. Maar iedere sporter maakt wel gebruik van
bepaalde rituelen in de voorbereiding op een wedstrijd. Sugar-junkee Darrell
Armstrong… Een mooi voorbeeld van een verslaafde, maar onschuldige
gebruiker: de ex-NBA-basketballer Darrell Armstrong was een snelle,
wendbare spelverdeler. Iemand die gemakkelijk zijn man voorbij liep en een
teamgenoot bediende of zelf scoorde. Een gerespecteerde prof in de beste liga
van de wereld, die een dergelijke positie wist te bereiken door zich fysiek
te ontwikkelen en doordat hij zijn talent ten volle wist te ontplooien. Toch
zag hij zelf nog een andere belangrijke factor voor het behalen van succes.
Een factor waaraan hij als een maniak vasthield. Als een ware suiker-junk
verlangde hij in de rust altijd naar een paar repen chocolade. Voor
een boost aan nieuwe energie en vernieuwd zelfvertrouwen
voor de tweede helft. Hij begon wedstrijden trouwens al met zeker 6 koppen
koffie in zijn maag, waarin bergen suiker opgelost waren. Bij de voetballer
en de basketballer zijn de gebruikte middelen niet verboden. Behalve de
schade aan het glazuur op de tanden van mr. Armstrong en het risico op andere
aandoeningen worden ze als ongevaarlijk bestempeld door de maatschappij. Er
zijn echter hele lijsten met stimulerende middelen verboden in de loop der
tijden. Middelen kwamen op de lijsten terecht omdat ze gebruikt werden en
effecten van het gebruik als ongewenst werden bestempeld. Soms ging het
gebruik door, maar dan stiekem. Soms werden er nieuwe middelen ontwikkeld. Laat je je sportherinneringen niet ontnemen! Methoden om het gebruik op te sporen en te constateren
werden steeds verbeterd. Maar tussen het moment van het eerste geconstateerde
geval van gebruik en het bepalen van de mening ten aanzien van het gebruik en
het strafbaar stellen van het gebruik zit natuurlijk enige tijd. Mart Smeets
maakte bekend dat nationale coryfeeën als Joop Zoetemelk zich lange tijd
geleden al schuldig maakten aan het gebruik van middelen, die later verboden
zouden worden. Hij liep een kamer binnen waarin Joop aan een infuus lag en
kreeg direct de opmerking naar zijn hoofd geslingerd, dat hij er maar niet
over naar huis moest schrijven. Dat deed Smeets dan pas ook jaren later. Tegen de tijd dat de onthulling niet meer zo’n grote schaduw kan werpen over de glans van de prestatie. En om te zorgen dat hij niet ineens out-of-business is als journalist, omdat niemand meer met hem wil praten. Om onze herinneringen te koesteren moeten we blijvend een klimaat mogelijk maken waarin er zoveel mogelijk openheid bestaat ten opzichte van het gebruik van middelen. Criminalisering van de sporter heeft geen zin. Opvoeding, opsporing, handhaving en nazorg hebben dat des te meer. Geef sporters het gevoel dat ze naar buiten kunnen treden als zij gezondigd hebben. Dat de mogelijkheid op een nieuwe kans blijft bestaan en dat eerlijkheid wordt gewaardeerd. Doping in de sport: verleden, heden en toekomst In dit achtergrondartikel presenteert TobSport u een
overzicht van het gebruik van dopingproducten door topsporters door de jaren
heen. U kunt lezen over de eerste lichting aan stimulerende middelen tot aan
de voorspellingen over toekomstige generaties van verboden middelen. En hoe
daar mee om te gaan, natuurlijk… 1965 tot aan de jaren ’90: De vroege dopinggeschiedenis. Sporters gebruikten
middelen, die prestaties bevorderden, vaak ongezond waren, maar zelden
verboden. Een creatieve selectie van lichamelijk stimulerende middelen vanuit
verschillende disciplines werden getest door sporters. 1965 is een arbitrair
gekozen jaartal. Belangrijker is dat deze periode eindigt als de jaren ’90
hun intrede doen. In die periode duikt dopinggebruik op in de massamedia en
wordt een sportparadigma gevormd bij het grote publiek (Doping en topsport
zijn onlosmakelijk verbonden). Enkele middelen uit deze periode: Testosteron Het hormoon testosteron maakt agressief en werkt
vermoeidheid tegen. Volgens geruchten werd het al lange tijd terug gebruikt
door Oost-Duitse sporters. Vrouwelijke sporters zouden onder andere ineens
een fikse baardgroei vertonen na vermeende doses genomen te hebben van het
hormoon. Een van de meest recente gebruikers die aan de schandpaal werd
genageld was de wielrenner Floyd Landis in 2006. Wetenschapper en
dopingonderzoeker Klaas Faber hekelt de veroordeling van Landis en de tests
op testosterongebruik. Er is rommelig omgesprongen met het monster dat van
Landis werd afgenomen. Verder zijn de methoden van onderzoek onbetrouwbaar, zelfs
volgens de onderzoekers zelf. Bovendien werden de testresultaten niet ter
beschikking gesteld aan Landis. Landis procedeerde tot dit jaar tegen zijn
uitsluiting door de UCI, maar verloor uiteindelijk bij het CAS. Klaas Faber
bepleit dat bij onderzoek naar testosteron in sterke mate sprake is van
voortschrijdend inzicht, tegenover De Pers. Over tien jaar wordt
Landis wellicht alsnog vrijgesproken op basis van verbeterde methoden en
inzichten. Amfetaminen en cortisonen Laurent Fignon is een Franse wielrenner, die in 1983 en
1984 de Tour de France won. Jaren later gaf hij toe toendertijd amfetaminen
en cortisonen te hebben gebruikt. Met de toelichting: “Iedereen deed het”.
Amfetamine is een synthetische drug, In de volksmond beter bekend als
‘speed’. Een uitgaansdrug, maar ook een oppepper voor topsporters. Een
cortison is een steroïdehormoon. De stof wordt door het lichaam zelf
aangemaakt in de bijnierschors. Beide middelen werden ongeveer vanaf de jaren
’30 en ’40 van de 20e eeuw gebruikt als medicamenten in de
medische wereld. Amfetamine werd daarna veelvuldige gebruikt door
frontsoldaten van verschillende landen tijdens de Tweede Wereldoorlog. 1988 tot en met het heden: De periode waarin het grote publiek wordt blootgesteld
aan de affaire met Ben Johnson en waarbij ingewijden in de wielersport naar
buiten beginnen te treden met verhalen over het gebruik van gevaarlijke
stimulerende middelen. Het gaat hierbij vaak om medische middelen waarbij het
gebruik gemeten kan worden, maar waarbij niet perse aangetoond kan worden dat
er gebruikt is. Daarnaast omarmt de wereld van de sport in deze periode de
nieuwste technologieën. Natuurlijk werden bijvoorbeeld sportattributen naar
verloop van de tijd steeds verbeterd, maar de technologische mogelijkheden
zijn tegenwoordig dermate, dat het definiëren van ongewenste technologische
effecten en methoden gewenst is. Een blikvangend middel in deze periode: Epo De Britse atleet en dopinghandelaar David Jenkins is in
1988 een van de eersten, die over E.P.O. spreekt, terwijl dopingcontroleurs
nog nooit van het middel gehoord hebben. Jenkins praatte toendertijd over
E.P.O. in een interview met Sports Illustrated en meldde dat het een
prestatieverbetering met 10% mogelijk maakt en vooral effectief is bij
duursporters. ‘EPO’ werd een populair stimulerend middel in het wielerpeleton
vanaf begin jaren ‘90. Een kunstmatig gefabriceerde lichaamseigen stof. Het
hormoon stimuleert de productie van rode bloedcellen, die zuurstof
transporteren naar de spieren. Hoe meer zuurstof, hoe beter de prestatie. Bij
teveel gebruik van epo zorgt het overschot aan zuurstof ervoor dat het bloed
stroperig wordt. Het hart moet daardoor steeds harder pompen. Met infarcten
en trombose als mogelijke gevolgen. Renners moesten ’s nachts uit bed gehaald
worden om te bewegen, om te zorgen dat hun bloed niet te stroperig werd.
Tegenwoordig duiken er steeds weer nieuwe varianten op, cera en dynepo zijn
de bekendste van de nieuwste generatie epo-varianten. Een bekende dopingaffaire onder de naam ‘Operacion Puerto’ speelde zich af rond de arts Eufemiano Fuentes. Fuentes werd ervan verdacht een groot aantal Spaanse en buitenlandse topsporters in de jaren ’80 en ’90 bijgestaan te hebben met verboden stimulerende middelen. Wielrenners als Jan Ullrich en Ivan Basso zouden zich in zijn kliniek hebben laten behandelen. Ze werden naar huis gestuurd door hun teams in de Tour van 2006. Dit jaar werd de zaak tegen Fuentes geseponeerd, vanwege gebrek aan bewijs. Andere wielrenners namen zelfs hun toevlucht tot een veearts, ongetwijfeld voor de ‘echte paardenmiddelen’. Nationale wielerlegenden Johan Museeuw, Chris Peers, Jo Planckaert en Mario de Clercq werden in België door de sportbond bestraft maar ook door de burgerrechter. Datzelfde geldt voor de veearts in kwestie, José Landuyt en verzorger Versele. De bestraften werden in de Belgische media flink door de mangel gehaald. Een blikvangende technologische ‘verbetering’: Het zwempak Pieter van den Hoogenband zwom in 2000 een fantastisch
wereldrecord op de 100 meter vrije slag tijdens de Olympische Spelen in
Sydney. Het record zou 8 jaar stand houden. Voor VDH had de Rus Popov 6 jaar
lang het wereldrecord in handen. Hij werd weer voorafgegaan door Biondi die
het wereldrecord maar liefst 9 jaar wist vast te houden. Nadat Pieter’s
wereldrecord in 2008 sneuvelde zorgde de intrede van futuristische zwempakken
ervoor, dat hij tegenwoordig niet eens meer in de top 25 van beste races ooit
staat. Wereldrecords werden bijna 140 keer verbeterd sinds de
intrede van de pakken. Speedo’s beroemde LZR Racer van Michael Phelps werd
opgevolgd door een groot aantal nieuwe pakken. Tijdens de Olympische Spelen
in Beijing werden 89% van de medailles behaald door zwemmers in de LZR Racer.
De pakken zorgen voor een verbeterd drijfvermogen omdat het materiaal niet
waterdoorlatend is. Ze houden zelfs lucht vast. Een zwemmer ligt daardoor
hoger in het water. Een corset in het pak zorgt dat huid en spieren minder
zwabberen, zodat de weerstand in het water afneemt. Sommige zwemmers trokken
zelfs meerdere pakken over elkaar aan. Toch zijn niet alle zwemmers en
coaches blij met de pakken, die ze duiden als “technologische doping”.
De pakken werden dit jaar verboden door de Wereldzwemfederatie FINA. De
polyurethaan-pakken mogen niet meer, pakken uit textiel mogen nog wel. Een andere door technologie gedreven sport is het
schaatsen. De opmars van verbeterde technologie in deze sport zorgde voor een
steeds gedetailleerdere reglementering. Een schaats is niet meer gewoon een
stuk glij-ijzer, maar “een passieve mechanische verlenging van het been,
bedoeld om de glijtechniek mogelijk te maken”, aldus de internationale
schaatsbond ISU. Schaatsers maken tegenwoordig gebruik van binnenbanen,
klapschaatsen en pakken die de luchtweerstand verminderen. Onlangs werden er
nog materialen voor schaatspakken verboden. Een nieuwe innovatie aan de
schaatsen zelf diende zich laatst aan bij het tv-programma De Wereld
Draait Door: schaatsen met ijzers die deels wegzinken in de schaats. 2008 tot en met de (nabije) toekomst: Doping zal nooit meer weg te denken zijn uit de sport. De
dagen van onschuldigheid in de sport door het ontbreken van kennis en de luxe
om te vertrouwen op de aanblik van een stel eerlijke blauwe kijkers, zijn
voorbij. Controlemethoden schieten tekort en veroordeelde sporters lijken
soms willekeurig gekozen slachtoffers te zijn. Niet te detecteren (medische)
technologie dient zich aan en maakt de dopingstrijd tot een interne strijd. Een intifada-of-the-mind. Wordt ik
een sporter die eer betuigd aan de sport en haar verleden? Of maak ik gebruik van de allernieuwste mogelijkheden? Ik
ontken daarbij in feite de eigenschappen binnen mij geschonken genen door
mijn ouders en mijn ganse stamboom. Net als bij plastische chirurgie vind ik
het nodig mijzelf te verbeteren buiten de reguliere trainingen om. Op een
artificiële wijze. De aanpassingen belemmeren mij misschien in het reguliere
leven, maar alles is voor mij ondergeschikt aan de prestaties in de
sport. In de Tour van 2009 werd gebruik gemaakt van
bloedtransfusies en twee nieuwe stimulerende medische middelen. De vierde
generatie epo-producten diende zich aan: Hematide, een middel dat al op de
zwarte lijst van de UCI is gezet. Het andere middel is Aicar, dat de
spiervezels versterkt en de vetverbranding bevordert. De baas van het Franse
Antidopingagentschap AFLD, de heer Pierre Bordry, kondigde aan vanaf oktober
van dit jaar over geschikte testmethoden te kunnen beschikken om de middelen
te kunnen detecteren. Vanaf dat moment kunnen we dus ook verwachten, dat
renners achteraf nog gestraft gaan worden voor tot dan toe verborgen
dopinggebruik tijdens de Tour de France van bijvoorbeeld 2009. Er werden bij
die Tour vuilniszakken aangetroffen bij ploegen uit het peloton met daarin
zware geneesmiddelen, onder andere een middel dat insuline aanmaakt en
normaal alleen door diabetespatiënten gebruikt wordt. Tot nu toe is het stil
gebleven rond het onderwerp ‘dopinggebruik in de laatste Tour-editie’. Maar
mogelijk is het slechts een stilte voor het opdoemen van een nieuwe storm. De toekomst: Gendoping Herman Ram, directeur van de Nederlandse dopingautoriteit
schetst tegenover Dominique Elshout van De Pers een zorgelijk beeld
van de toekomst van dopinggebruik. Gendoping is een methode waarbij een
kunstmatig gen (een drager van erfelijk materiaal) wordt toegediend aan het
lichaam, waarna het zelfstandig aan het werk gaat in het lichaam. Het gen
stimuleert de productie van stimulerende lichaamseigen stoffen of de aanmaak
van spieren. Gendoping is de toekomst en de methode kent het hoogste risico
van alle dopingvarianten. Ram: “De dosis is moeilijk beheersbaar. Er zit
geen uitknop op.” Gendoping is een product van het wetenschappelijk
onderzoek naar gentherapie. Werelddopingautoriteit WADA verbood gendoping al in
2003. Betekent dat ook dat kinderen die nu gentherapie krijgen, in de
toekomst geen topsport mogen bedrijven? Gendoping is een vorm van het gebruik maken van een
stimulerend middel, dat niet aan te tonen is op dit moment. Het stimuleert de
aanmaak van lichaamseigen stoffen. Maar Ram geeft aan dat hier in de toekomst
nog wel sprongen gemaakt zullen worden: “Bij apen is tot onze verrassing
vast komen te staan dat er wel verschil was tussen het extra aangemaakte epo
en de epo die al in hun lichaam zat.” Professor dr. Hidde Haisma van de
Rijksuniversiteit van Groningen en voorzitter van de Nederlandse Vereniging
van Gentherapie is resoluut in zijn oordeel: “Gentherapie is nog niet te
detecteren. We kunnen aannemen dat het toegepast wordt of gaat worden, want
het is gemakkelijk te maken. Iedere student van mij kan het epo-gen maken. Op
internet kun je vinden hoe dat moet. Daar komt bij dat sporters bereid zijn
veel risico’s te nemen”. Haisma verklaart tevens “al benaderd te zijn
door mensen uit sportkringen, die hem gedetailleerde vragen stelden over de
traceerbaarheid van gendoping”, stelt Elshout. Gendoping wordt ook toegepast om spieren te laten
groeien. Experimenten in Californië zorgden voor het ontstaan van de
‘marathonmuis’. Een muis met ‘tragere’ spieren, die zorgen voor meer
duurvermogen. Muizen die waren behandeld hielden het twee keer zo lang uit op
de tredmolen als normale muizen. Zelfs bij het toedienen van extra vet
voedsel werden de dieren niet dik. Bijwerkingen zouden kunnen zijn de groei
van tumoren en gevolgen door de virussen die gebruikt worden om het gen
cellen te laten binnendringen. Bio-medici voorspelden volgens Dominique
Elshout al 5 jaar voorafgaande aan de Olympische Spelen van 2008 de intrede
van gendoping bij het evenement. Pas in de toekomst zullen we hun uitspraak
kunnen staven. In het artikel in De Pers geven Ram (“Wij zijn niet
van de bangmakerij, maar gendoping is echt riskant”) en Haisma (“Als
ik een advies zou mogen geven: blijf er vanaf”) hun aanbevelingen aan
sporters ten opzichte van de genmethode. Een filosofische discussie op basis van feitelijk
onderzoek werd gestart door Ivo van Hilvoorde in het tijdschrift voor de
actuele filosofie Krisis. In 2004 schreef Van Hilvoorde het artikel “Topsport
en gendoping. Grenzen aan sport, opsporing en geloofwaardigheid” (te
downloaden als pdf-bestand via Krisis.eu). Van Hilvoorde is verbonden aan de
sectie Gezondheidsethiek en wijsbegeerte van de Universiteit Maastricht. Het
artikel werd gepubliceerd in 2004 in het Tijdschrift voor Empirische
Filosofie. Download het artikel als pdf-bestand via: http://www.krisis.eu/content/2004-4/2004-4-03-hilvoorde.pdf Evolutie van controlemethoden Het wielrennen stond als een van de eerste sporten in het
spotlicht als het gaat om het gebruik en de controle op doping. In 1997
stemden renners ermee in om bloed te laten afnemen ter controle. Tegenwoordig
is er zelfs al een ‘bloedpaspoort’ met een historisch overzicht van de
bloedwaarden van de sporter. Epo-gebruik kan gecontroleerd worden sinds 2001.
Tot 2006 wordt epo door de organisaties op bescheiden schaal gedoogd. Dat
zorgde voor een exponentieel groeiende ongelijkheid onder de sporters, weet
Maarten Scholten van het NRC. De druk om mee te kunnen doen beweegt renners naar
bloedbanken in Spanje, Italië en Oostenrijk, waar een behandelschema zo’n
100.000 euro kost. Dopebestrijders voeren de controledruk op en renners
moeten DNA-materiaal afstaan. Teams stellen ethische codes op en voeren hun
eigen controles in. Toch nemen in de Tour van 2007 naar later blijkt 47 van
de 189 deelnemers epo of ondergingen zij een bloedtransfusie. En in 2009 was
het gewoon weer raak, zelfs met middelen waarvan het gebruik nu nog niet aangetoond
kan worden. Het biologisch paspoort Het biologisch paspoort of bloedpaspoort werd ingevoerd
door de UCI in 2008 en moet meten dat een renner zijn bloedwaarden heeft
gemanipuleerd. Het paspoort maakt het mogelijk diverse bloedwaarden te
vergelijken over meerdere jaren. Het paspoort is een vorm van indirect
bewijs, want de oorzaak van opvallende verschillen in bloedwaarden wordt niet
aangetoond. Juridisch gezien is het lastig gebleken om afwijkende waarden in
het paspoort als bewijs te gebruiken om een sporter te kunnen bestraffen. Er
zijn wetenschappers, die zeggen dat het paspoort eenvoudig te omzeilen is.
Sporters die werden bestraft op basis van afwijkende bloedwaarden in het
paspoort bleken voordat ze gepakt werden veelvuldig de dans te kunnen ontspringen
doordat in controles gebruik niet aangetoond werd. Uit tests bleek al dat bij het controleren van het
paspoort en het constateren van afwijkende waarden geen onderscheid gemaakt
kon worden tussen het volgen van een legale hoogstestage met trainingen in de
ijle berglucht voor extra rode bloedlichaampjes en het gebruik van verboden
stimulerende middelen om hetzelfde effect te bewerkstelligen. Het biologisch
paspoort werd als eerste ingesteld door de internationale wielerunie UCI
waarbij de bloedwaarden van 840 toprenners worden bijgehouden. Afwijkende
cijfers leiden tot extra controles, weet Maarten Scholten van het NRC.
Na 18 maanden cijfers verzamelen in het biologisch paspoort werden in juni
2009 de eerste 5 renners veroordeeld op basis van te sterk afwijkende
waarden. Ze worden echter (nog) niet bestraft, omdat het paspoort dus “juridisch
niet waterdicht is”. Klaas Faber verdiept zich al meer dan 10 jaar in dopingonderzoek en is
kritisch… Dr. Klaas Faber is chemometrist, met een passie voor dopingonderzoek.
Hij hekelt de huidige controlemethoden. Tegen Dominique Elshout van De
Pers kwalificeert hij de kwaliteit van het onderzoek als “Onwetenschappelijk.
Rommelig. Willekeur. Onderzoek naar dopinggebruik laat nogal te wensen over.”
Faber pleit voor een denktank voor dopingonderzoek in Nederland, die tevens
een laboratorium ter beschikking zou moeten hebben. Faber houdt zich al meer
dan 10 jaar bezig met dopingonderzoek en onderhoudt een wereldwijd netwerk
van contacten met andere onderzoekers. Onderzoekers als Don Catlin uit de
V.S., die Lance Armstrong begeleidde bij zijn comeback en hem toevertrouwde
dat volgens hem nog steeds zo’n 90% van de professionele wielrenners doping
gebruikt. Over de effectiviteit van het biologisch paspoort is Faber skeptisch:
“Het biologisch paspoort valt gemakkelijk te omzeilen”. Faber’s
drijfveer voor het weiden van zijn tijd aan het onderwerp ‘doping’ is het
duperen van atleten door dopingonderzoekers, die fouten blijven maken. Testosterontests Faber heeft ook kritiek op de wijze waarop getest wordt
op het gebruik van testosteron door topsporters. Net als bij het bloed- of
biologisch paspoort leveren de tests op testosteron slechts indirect bewijs
op. Bij testosterontests wordt de verhouding tussen testosteron en diens
grondstof epitestosteron in het lichaam gemeten en als bewijs gebruikt om
sporters uit te sluiten. Faber geeft echter aan dat niet bekend is of een
afwijkende verhouding het gevolg is van het toedienen van testosteron. Er
kunnen veel meer oorzaken aangewezen worden voor een afwijkende verhouding,
die ook nog eens vergeleken wordt met de verhouding bij een gemiddelde man.
En dus niet met die van een gemiddelde topsporter. Verder geeft Faber
tegenover De Pers aan, dat de kritische grenzen als het gaat om de
verhouding testosteron/epitestosteron willekeurig bepaald wordt. Enkele jaren
geleden lag de grens een stuk hoger, waardoor minder sporters gepakt werden.
Faber: “Ik weet uit interne documenten, dat onderzoekers verbonden aan
laboratoria van het Wereld Anti Dopingagentschap WADA zelf twijfelen aan de
uitkomst van de testosterontests.” Kledinginspecties door de
FINA Een vorm van controle en handhaving is de inspectie van
de kleding van zwemmers. De zwempakinspecteur controleert of de voorschriften
worden nageleefd. Geen kleding over die enkels of nek bedekt en niet meerdere
pakken over elkaar aantrekken. Ook zijn bepaalde materialen sinds kort
verboden. De internationale zwembond moet daarbij zorgen voor controleurs van
dezelfde sekse als de gecontroleerde zwemmer. Zwemcoach Jacco Verhaeren onderstreepte tegenover het ANP
het belang van het uitbannen van ongewenste technologie nog maar eens: “De
essentie van de sport gaat verloren. Er wordt hiermee gemorreld aan de
talenten van een zwemmer. Je wilt het verschil tussen mensen ontdekken en
niet tussen materialen. Door de huidige ontwikkelingen kunnen we de hele
historie weggooien. De tijden van een jaar geleden zijn lachwekkend. Mensen
komen niet naar het zwembad voor het beste pak, maar voor de beste zwemmer.”
De Zweedse zwemster Therese Alshammar werd dit jaar
veroordeeld op basis van televisiebeelden voor het dragen van twee zwempakken
over elkaar. Ze verloor haar nieuwste wereldrecord en werd gediskwalificeerd
in de einduitslag van het zwemtoernooi om de Australische kampioenschappen in
Sydney. Tegenwoordig vertonen de dopingcontroles van sporters in
sommige sporten maniakale trekjes. Sporters moeten hun dagelijkse
verblijfplaats aangeven en 24/7 ter beschikking staan aan de authoriteiten.
Zij zijn beroofd van elementaire vrijheden. Ze mogen in veel gevallen veel
minder dan gewone burgers. Ze worden veroordeeld terwijl discutabele methoden
worden toegepast en op basis van willekeurig gestelde grenswaarden. De
huidige methoden van controle zijn grotendeels onbetrouwbaar. Een van de nieuwste methoden, het biologisch paspoort is
volgens Berend Nikkels, huisarts, begeleider van topsporters en voormalig
ploegarts “medisch en juridisch geen bewijs dat er sprake is van
dopinggebruik”. Nikkels vind dopingcontrole een pr-verhaal, waarbij een
schijnzekerheid wordt gecreëerd. Door de druk van de controles zouden
sporters hun toevlucht nemen tot schimmige achterkamertjes met
onderwereldfiguren, die ongezonde middelen promoten. Het is hoog tijd om de methoden te verbeteren en eerlijk
te duiden wat we nu wel en niet kunnen constateren. Wanneer we de kernwaarden
van onze sporten definiëren, kunnen we daaraan eenvoudig nieuw ontdekte
stoffen en methoden toetsen om ze eventueel als ongewenste ontwikkelingen te
bestempelen. Daarbij moeten we accepteren dat handhaving en controle twee
taken zijn waarbij we met de benodigde kennis altijd achter de feiten aan
zullen blijven lopen. Bronnen: Wikipedia.org over Ben
Johnson. De Pers – “Inzicht in dopegebruik Nederland”
(24-04-2009). De Pers, Dominique Elshout – “Nog geen goed antwoord
op gendoping” (05-12-2008). De Pers, Dominique Elshout – “De onderzoekers
twijfelen zelf óók” (20-11-2008). NRC Handelsblad, Maarten Scholten – “Eind dopestrijd
niet in zicht” (01-07-2009). Sporza.be – “Wellicht bloedtransfusies en twee nieuwe
producten” (28-07-2009). Andere dopingbronnen: Na het schrijven van deze
artikelen stuitte ik op de uitvoerige online documentatie van de Volkskrant
over doping in de sport: http://www.volkskrant.nl/achtergrond/sport/doping/ Het NRC Handelsblad verwijst in
een serie artikelen over doping naar haar online sportsectie: Een filosofische
discussie over gendoping op basis van feitelijk onderzoek werd gestart door
Ivo van Hilvoorde in het tijdschrift voor de actuele filosofie Krisis. In
2004 schreef Van Hilvoorde het artikel “Topsport en gendoping. Grenzen aan
sport, opsporing en geloofwaardigheid” (te downloaden als pdf-bestand via
Krisis.eu). Van Hilvoorde is verbonden aan de sectie Gezondheidsethiek en
wijsbegeerte van de Universiteit Maastricht. Het artikel werd gepubliceerd in
2004 in het Tijdschrift voor Empirische Filosofie. Download het artikel
als pdf-bestand via: http://www.krisis.eu/content/2004-4/2004-4-03-hilvoorde.pdf Reageer
op dit artikel in het forum
|
|