|
|
Maak me wakker als het WK voorbij is!Het Nederlands Elftal
heeft voor mij afgedaan Door ROBERT JAN VAN SCHALKHAAR, voor TobSport.nlGepost op:
01-05-2010. Als het Nederlands Elftal
speelt raakt de helft van ons land zijn hoofd kwijt. De andere helft graaft
zich diep in en hoopt op betere tijden. De ene helft trekt al hossend en
kotsend van café naar café, terwijl de andere helft besluit dat het nu juist
eens tijd is voor de grote schoonmaak, familiebezoek in het buitenland of
maintenance-werkzaamheden aan de postzegelverzameling. In dit artikel kom ik er voor
uit: “ik ben een van die tot nu toe ondergedoken Nederlands Elftal-haters
en in dit artikel zal ik u proberen uit te leggen waarom”. Als rechtgeaarde Nederlandse man van middelbare leeftijd
heb ik heus wel iets met voetbal. In het verleden trapte ik zelf een
balletje. Ik ben geboren onder de rook van Arnhem en dus historisch gezien
verbonden met de club Vitesse. Voordat Karel Aalbers de ploeg het nieuwe
Manchester United wilde maken ging ik zelfs wel eens kijken op Nieuw
Monnikenhuize. Vanaf eind jaren ’90 kwam de megalomane GelreDome en hield ik
het verder voor gezien. Mijn afkeer begon in 1988… Bij het Nederlands Elftal ben ik al veel eerder
afgehaakt. Vanaf het succesvolle toernooi om de Europese titel in 1988 begon
het steeds meer als een geforceerd volksfeest te voelen als Nederland
speelde. Net als mijn ongemakkelijkheid met het carnavalsfeest heb ik nooit
zo veel op gehad met het grote domme juichen om Oranje. En dat begon na het
toernooi in ’88. Met z’n allen bovenop een woonboot springen in de
Amsterdamse grachten totdat deze zinkt. Alleen om een eerbetoon uit te
brengen naar de Nieuwe Goden: de Van-Basten’s, de Gullit’s, de Rijkaard’s en
de Koemannen. Na het EK in ’88 met zijn vlaggen met ‘Hup Holland Hup’,
de foeilelijke oranje wedstrijdshirts en de petjes-met-de-rasta-van-Ruud-Gullit
kon je me wegvegen. De oranje wansmaak kreeg me in zijn greep en bracht
iedere keer een vieze smaak in mijn mond teweeg. De haren gingen recht
overeind staan iedere keer weer dat ik de immer aanwezige oranje
Indiaan-met-de-trom op de tribune in beeld zag komen. Of weer ‘Kleintje Pils’
met tot vervelens toe hun toeterterreur door maar weer eens “Het Kleine
Café” in te zetten. Later werden de interlands verpatst aan de
commerciële omroepen en moest je je ook nog eens door een voor- en
nabeschouwing met Hans Kraaij jr. slaan. Of wedstrijdcommentaar van Leo
Driessen of Harry Vermegen. Maar ik bleef toch kijken, af en toe… Bij iedere nieuwe gelegenheid was mijn haat weer een
stukje gegroeid. Dat Nederlands team was maar niet vooruit te branden. Als ik
dan eens een wedstrijd keek hadden de heren in het veld weer eens besloten er
een salonremise van te maken. Rustig sjokte men over het veld en weer zat je
voor niets te wachten met een doodsaaie 0-0. Op straat moest ik na gewonnen
interlands met het oog op de vrolijke, uitgelaten stemming de kots van
supporters in mijn tuin en glasscherven van bierflesjes van fans in mijn
autobanden maar op de koop toenemen. Op een gegeven moment ging ik ook niet
meer kijken. Oefeninterland na oefeninterland werden zonder enige beleving en
inspiratie afgewerkt. De kijker bleef gefrustreerd achter om zijn woede te
koelen op levensloze voorwerpen of het ondermijnen van de sfeer binnen de
kennissenkring. En precies dat was wat mij gebeurde. Met mijn vrouw ontving
ik een bevriend stel op een avond waarop het Nederlands Elftal ook een
interland afwerkte. Ik geef u een reconstructie. Na het eten en enkele goede
gesprekken gooide vriend ‘Peter’ in de groep dat het Nederlands Elftal “vanavond
ook speelde”. Zijn vrouw ‘Alie’ (namen gefingeerd om herkenning te
voorkomen) keek hem even schuin aan, maar zag zelf al snel het belang van het
kennisnemen van een wedstrijd van Oranje in. Respect als man voor ‘Peter’ dat
hij zijn vrouwtje zo goed doordrongen had van zijn primaire behoeften. Daar
hoorde vast voetbalkijken bij, ook al was er dan ook net ‘Spoorloos’ op het
andere net. Peter straalde uit dat hij niet van die emo-tv bliefde als zijn
kluppie toevallig speelde. Mijn vrouw proefde de spanning en stelde daarop
voor de wedstrijd te bekijken voor onze nieuwe, gigantische
flatscreen-televisie. Toen nog een noviteit. Ik baalde al dat de
revolutionair opgebouwde beeldlijnen van het apparaat weer eens bezoedeld
zouden raken door de prestaties van onze vrolijke Oranje-voetbalkanaries. Hoe het Nederlands Elftal een relatie verpestte… Met een chagerijnige kop sloot ik me aan bij het
gezelschap. Ik had al enkele jaren prima zonder Oranje geleefd en vanavond
zou door toedoen van ‘Peter’ de ban gebroken worden. Bovendien vond ik een
avondje tv-kijken nu niet echt een gezellige onderlinge bezigheid. En mijn
vrouw en Alie eigenlijk ook niet, zo zaten ze erbij. Bij de eerste aanblik
van de mongolen op de tribune begon ik al te kokhalzen. Daarna bleek dat men
uitgerekend weer Hans Kraaij jr. van stal had gehaald om de wedstrijd langs
de lijn van commentaar te voorzien. Hijgerige Hans wist al snel enkele
internationals af te stoten door het etaleren van zijn stupiditeit in zijn
vragen. Gelukkig verzorgde Harry Vermeegen daarna het commentaar.
Of was het nou Leo Driessen? Ik heb de commentator in ieder geval niet op een
vorm van nuttig commentaar kunnen betrappen. Wel op een niet aflatende stroom
van slechte grappen. Kijk: Hugo Walker, dat vond ik nou leuk. “Cruijff…Olsen…Cruijff… Een opmerkelijk doelpunt…” De droogheid zelve. Sinds hij
geloosd werd als tv-commentator is eigenlijk alles al mis. Nu kijk ik naar
voetbalwedstrijden, waarbij ik na afloop weet dat de zoon van de linksback
regionaal kampioen breien is in zijn leeftijdsklasse en dat de moeder van de
rechterspits een grotere snor heeft dan die van zijn vader. En al de hobbies
van een achterkleinkind daar-weer-van. De sfeer in de huiskamer werd er ondertussen niet beter
op toen ik het omroeppersoneel onuitputtelijk bleef bestoken met mijn
verwensingen en opbouwend en goed bedoeld cynisch commentaar. Ook de spelers
en de begeleidende staf konden niet op mijn goedkeuring rekenen. Als 11
Ronald-de-Boer’s in één elftal werd het balletje-breed maar weer eens tot
kunst verheven. Het Nederlands Elftal wilde er maar geen spannende pot van
maken. De heren miljonairs waren in gedachten meer bij hun gadgets en geile
vriendinnen dan bij snelle combinaties en het uitvoeren van hun taken op het
veld. De coaches leken zich wel te kunnen vinden in het knap
spelen-op-de-nul. Druk noterend in hun notitieblokjes leek het of iedere
miskleun voor het nageslacht bewaard werd. En ik geconfronteerd werd met de gevolgen… Terwijl mijn vrouw stiekem gniffelde, raakte vriend
‘Peter’ steeds meer geïrriteerd. Als hij had geweten dat er ‘iemand’ steeds
ongewenst commentaar zou gaan zitten geven, was hij “wel lekker
thuis gebleven om de match te bekijken”. Als hij eerlijk was, “was hij
ook vooral voor ‘Alie’ meegekomen en was hij liever met vrienden het cafe ingedoken,
om het Nederlands Elftal te kunnen kijken.” ‘Alie’ probeerde ondertussen de aandacht te verleggen door te
beginnen over de gesteldheid van de hoofdhuid van bondscoach Dick Advocaat.
Het mocht niet baten. Ik meende op te moeten merken, dat als ‘Peter’ een
kerel was, hij toch gewoon zijn eigen plannetje had getrokken voor deze
zaterdagavond. Tot afgrijzen van ‘Alie’ besloot ‘Peter’ dat ook terstond te
doen en met een harde klap van de voordeur vertrok hij. Maar niet voordat hij
zijn flesje bier met kracht door mijn flatscreen had geworpen. Natuurlijk had ondergetekende het weer eens gevroten.
Twee boze dames keken mijn kant uit, terwijl ‘Alie’ stilletjes begon te
grienen. Natuurlijk hadden ze een mooie relatie opgebouwd, maar was die echte
‘klik’ altijd uitgebleven. Maar vanavond was dan toch die explosie naar de
oppervlakte gekomen. ‘Peter’ had er genoeg van gehad. Vooral van ‘Alie’. Die
altijd maar haar kop in het zand stak. Problemen maar gewoon de loop liet.
Die avond werd er over en weer druk gebeld maar lijmpogingen mochten niet
baten. Vervolgens lag uw auteur drie maanden lang op de bank, terwijl ‘Alie’
warm tegen Moeder-de-Vrouw aankroop onder de lakens. En maar door wauwelen
over dat enorme gemis. Terwijl ‘Peter’ al lang door de mand gevallen was als
bewezen schuinsmarcheerder. Uiteindelijk betrok ‘Alie’ en eigen appartementje en ik
eindelijk weer eens mijn eigen bed. In de jaren na dit incident bleef het
redelijk rustig tussen mij en het Nederlands Elftal. Hoofdzakelijk doordat
mijn vrouw en ik besloten dat onze televisie en wedstrijden van het
Nederlands Elftal niet samengingen. Bezoekers op speeldagen werden op
zorgvuldige wijze vooraf ingelicht en gewaarschuwd: “In dit huis geen
Oranje!” We raakten zo euforisch
ten op zichte van ons nieuw hervonden levensgeluk (zonder Nederlands Elftal)
dat we het belang van afdoende nieuwsgaring gingen onderschatten. Want ook al
wil je niets weten van het Nederlands Elftal, dan zul je soms juist iets
moeten weten, om ze te kunnen ontlopen! Hoe het Nederlands Elftal onze vakantie verziekte… In 2008 boekte ik een reis naar Zwitserland voor mij en
mijn vrouw. We wilden de Alpen zien in de zomer en hoopten rust en frisse
lucht te vinden. Alsof het noodlot ermee speelde boekte ik een reis naar
Zwitserland, juist toen het Nederlands Elftal er zou spelen. Een hele zomer
lang zijn we tegen onze zin opgenomen in de hossende meuten van landgenoten.
Overal lagen ze in Zwitserland op de loer, die zomer. Van achter elke
bergtop, hoop stenen of geparkeerde auto’s doken ze op. De Zwitsers werden
geraakt door de Hollandse vrolijkheid en spontaniteit, maar wij begonnen zo
onderhand te kotsen op ons eigen Nederlanderschap. En hoe we ook ons best
deden de landgenoten te ontlopen, onze pogingen leken weinig zoden aan de dijk
te zetten. Bij vrijwel alle bezienswaardigheden die wij bezochten
doken direct vanuit alle spelonken van de hel in het oranje geklede
geestelijk beperkten op. Bij de aanblik van ons nummerbord kreeg onze auto
met ons erin een flinke jonasbeurt op een parkeerplaats. Oranje-fans zaten op
de motorkap en anderen besloten de vering eens aan een hevige test te
onderwerpen. Tijdens een rustig etentje deed een oranje gezelschap zijn
intrede in het restaurant. Een dikke bouwvakker in een jurk met een oranje
Heidi-pruik greep mijn glas bier en sloeg hem in een teug achterover.
Probeerde me daarna te versieren en toen ik niet leuk meespeelde boerde hij
met volle kracht in mijn gezicht. Ondertussen greep zijn maat de borsten van mijn vrouw en
stelde voor ‘brommers te gaan kiek’n ’. Toen ze vervolgens verder
liepen lieten ze eerst nog even snel hun kont zien, inclusief weldadige
beharing. ’s Avonds wilden we ons in een nette tent vermaken met live-muziek.
Ook daar waren de voetbalfans helaas weer doorgedrongen, zij het dat ze in de
minderheid waren. Dat weerhield een dronken Roemeen er echter niet van zijn
dampende urine tegen de bar en langs mijn been te laten stromen. Vol ongeloof
keek ik hem aan, hij kwam zelf niet verder dan een schaapachtige glimlach. We
vertrokken teneergeslagen naar het hotel en bleven de rest van de vakantie
rond het zwembad hangen. In het hotel logeerden gelukkig geen voetbalfans. Het komt nooit meer goed tussen mij en het
Nederlands Elftal… Mijn laatste onprettige aanvaring met het Nederlands
Elftal dateert van het afgelopen jaar. Op weg naar een sollicitatiegesprek
liep ik in mijn nette pak over het trottoir. Het had geregend en er lagen
flinke plassen overal. Vanachter mij stak plots een brullend geluid op. Ik
keek om en zag een verlengde Hummer in volle vaart aankomen. Vlak voor de
Hummer-limousine mij passeerde zag ik wie er achter het stuur zat: het was
Wesley Sneijder. Zonder acht op mij te slaan manouvreerde de jonge heer
Sneijder het gevaarte kundig door een grote plas regenwater. Het leek alsof
de ganse watermassa over mij uitgestort werd. Ik besloot toch door te lopen richting het bedrijf waar
ik uitgenodigd was. Druipend en wel wist ik toch een goede eerste indruk te
maken. Een week later hoorde ik dat men mij zelfs een baan aan wilde bieden.
Ik hapte direct toe aan de telefoon en de directeur van het bedrijf nodigde
me vervolgens uit voor het jaarlijkse bedrijfsuitje dat zich al snel
aandiende. Ik mocht me melden bij de ingang van de Amsterdam ArenA en je
raadt het nooit: voor een oefenwedstrijd van het Nederlands Elftal! En of ik
ook nog mee wilde spelen in een bedrijfspoule, wat zou de uitslag worden
volgens mij? Zeer geloofwaardig wist ik een vorm van enthousiasme uit
te stralen over de telefoon. Toen ik op de dag des oordeels met chagrijnig
hoofd en wel in de Amsterdamse voetbaltempel zat begon mijn gedrag mijn
nieuwe collega’s op te vallen. “Of er iets mis was?”, vroegen ze zich
zeer collegiaal af. Ik gooide het op een paar bedorven garnalen bij de
catering, maar wilde brullen dat ik dat infantiele Oranje-gedrag al na 5
minuten weer helemaal zat was. Door mijn zogenaamde acute voedselvergiftiging
verwachtte men gelukkig niet van mij dat ik deelnam aan elke spontaan
ingezette polonaise en massale onderlinge knuffelpartij. Hopelijk wordt Nederland snel uitgeschakeld op het
WK… Ik heb de wedstrijd overleefd en het volgende
bedrijfsuitje bestaat gelukkig uit het bezoeken van het ABN-Amro
tennistoernooi. Als Nederland deze zomer nu ook nog eens snel uitgeschakeld wordt,
ben ik de komende periode verzekerd van mijn rust. Even een paar miskleunen
in de eerste wedstrijden en we kunnen mooi snel naar huis. Het maakt me niet
uit wie onze tegenstanders zijn in de poule op het WK, ze mogen onze jongens
afslachten, degraderen en naar huis sturen. Laat het hele toernooi maar met
een sisser aflopen. Laat de internationals zich maar van hun slechtste en
meest verwende kant laten zien. Ik wil een team vol primadonna’s zien, die
onderling ruziën en elkaar de ogen uitsteken met het patseren met hun
gadgets. Wanneer dit scenario waarheid wordt, dan ga ik zelfs de
beelden na afloop kijken. Heerlijk. Spelers die kleedkamerdeuren intrappen en
hun gal spuwen over elkaar tegen journalisten. Bert met tranen in de ogen en
heel Nederland in een depressie. De straten worden rustig en ik ga vrolijk
met de hond lopen. En als dan heel Nederland voorlopig even genoeg heeft van
het Nederlands Elftal zal zich een innerlijke rust van mij meester maken. De
eerste dagen acteer ik te delen in het verlies dat mijn collega’s voelen door
de uitschakeling van het nationale voetbalelftal. Samen vervloeken we de
resterende deelnemers en spreken de hoop uit op betere tijden. Maar ik meen er geen zak van. Ik hoop dat het Nederlands
Elftal uiteindelijk terecht komt in een B-league van landen waar we nooit
meer uitkomen. Waardoor de wedstrijden van het nationale team worden
uitgezonden op de meest onchristelijke tijdstippen op de meest onbeduidende
tv-zenders. In mijn fantasiewereld kiest Nederland vervolgens korfbal en
hockey als nationale sporten. En gaat het Nederlands Elftal-publiek daarop
massaal elk weekend richting Duitsland voor vertier op en rond de rodelbahn.
Ver uit zicht bij mij in ieder geval, zodat ik u uiteindelijk weer kan melden
dat u dan toch echt te doen heeft met een trotse en tevreden inwoner van ons
land.
Reageer
op dit artikel in het forum
|
|