De belangrijkste hofleveranciers van topvoetballers

Hofleverancier

Q: Wat hebben Grolsch (“Vakmanschap is Meesterschap”, *plop*) en De Ruijter (u weet wel, de broodversierder, sinds 1860) en nog enkele bedrijven met elkaar gemeen?

A: Ze zijn hofleverancier en/of zelfs ‘Koninklijk’ gemaakt.

Voor zover wij weten drinken Trix, Wim-Lex en Max Grolsch, eten ze De Ruijter en tanken ze Shell. De bedrijven zijn ‘koninklijk’ gemaakt door hun prestaties, verdiensten en dat ondanks gelekte olie in Nigeria en dat soort dingen.

‘De Koninklijke’ in het voetbal is natuurlijk de club Real Madrid. Een club met een koninklijk en onoverwinnelijk aura over zich, onderstreept door een prachtig hagelwit thuisshirt. Real is nu eenmaal de verpersoonlijking en zeker ook in de letterlijke vertaling ‘De koninklijke’. Daar valt geen speld tussen te krijgen. Dit ondanks het feit dat er in Spanje meerdere clubs met het predicaat ‘Real’ spelen en in andere landen zelfs ‘royalty’ (nu nog deels) de scepter zwaait zoals bij AS Monaco.

De Koninklijke uit Madrid is met recht een koninklijk instituut door de vele successen die de club door de jaren heen boekte en vanwege de onvergetelijke galacticos die er speelden (en spelen) die de status van de club nog eens bevestigen. Maar een hofleverancier voor La Selección (De Selectie) ofwel La Furia Roja (De Rode Furie) is Real Madrid bepaald niet, als het gaat om spelers uit de eigen opleiding.

Tijdens de finales van het EK van 2008 (2), het WK van 2010 (1) en het EK van 2012 (2) stonden er nooit meer dan 2 spelers opgeleid bij Real Madrid in het nationale elftal opgesteld. Wat dat betreft kom je als je zoekt naar een Spaanse hofleverancier eerder uit bij een club als Barcelona.

Uit een rapport van de CIES (The International Centre for Sports Studies, 2013) blijkt dat Real Madrid in het seizoen 2012/2013 6 zelf opgeleide spelers in de eigen selectie rond had lopen. Barcelona kwam tot 17 zelf opgeleide spelers. In het verleden zorgde de rivaliteit tussen FC Barcelona en Real Madrid vaak tot grote spanningen binnen de selectie van het Spaanse nationale elftal. Xavi (FC Barcelona) en Casillas (Real Madrid) hebben hier verandering in gebracht.


Hofleveranciers vind je natuurlijk ook onder de kleinere voetbalclubs, die steeds hun grootste talenten moeten laten gaan naar diezelfde grote concurrent. Een voorbeeld van een dergelijke parasiterende relatie is de gezamenlijke historie van Ajax en AZ. De grote club uit Amsterdam pikt steeds de beste spelers uit Alkmaar-Zaanstreek. Maar in werkelijkheid is hier sprake van een relatie die gunstig is voor beide partijen. AZ moet spelers verkopen om rond te kunnen blijven komen en Ajax kan al enigszins ervaren en enigszins ‘bewezen’ spelers in haar elftal inpassen.

De Telegraaf sloeg onlangs aan het rekenen en becijferde dat Ajax aan de hofleveranties van AZ maar liefst 30 miljoen euro had gespendeerd over de laatste 10 jaar. 30 miljoen indien Ajax daadwerkelijk besluit Nemanja Gudelj te kopen voor 6 miljoen. Het verschil tussen aan- en verkoopprijs van de ex-AZ-spelers is echter vrij groot. Ajax ving nog maar 5,5 miljoen voor de ex-Ajax-/ex-AZ-spelers, toen ze vanuit Amsterdam hun weg vervolgden richting alweer een volgende club.

Mounir El Hamdaoui werd gekocht voor 5 miljoen euro en vertrok naar Fiorentina voor 8,5 ton. Demy de Zeeuw kwam voor 6 miljoen euro en ging naar Spartak Moskou voor 3 miljoen. Kenneth Perez (2,5 miljoen) verhuisde voor 1,7 miljoen naar FC Twente. Olaf Lindenbergh (1,2 miljoen) ging transfervrij weg. Niklas Moisander vertrekt transfervrij naar Sampdoria, Nick Viergever en Kolbeinn Sigthorsson hebben nog een doorlopend contract.

Ajax is op haar beurt natuurlijk weer de belangrijkste hofleverancier van Oranje. Zowel voor de mannen als voor de vrouwen. Kijk alleen maar eens naar het rijtje mannelijke internationals met de meeste ‘caps’. Maar Ajax is en was natuurlijk niet de hofleverancier tijdens deze kwalificatiereeks richting het EK 2016 in Frankrijk en ook niet tijdens het WK 2014 toen er vooral spelers met een Feyenoord-verleden op het veld stonden. Ajax is weer meer tijd, geld en moeite in haar jeugdopleiding gaan investeren, maar op dit moment heeft Feyenoord de beste jeugdopleiding van Nederland. Ook PSV koos eieren voor haar geld en besloot meer te gaan investeren in de jeugd.

Ajax, Feyenoord en PSV zijn allemaal een beetje hofleverancier, laten we het daar wijselijk bij houden. Ajax wat betreft de lange termijn in Oranje, Feyenoord wat betreft de recente historie van het Nederlands Elftal en PSV wat betreft de eerste seizoenshelft van het Eredivisie-seizoen 2014-2015. PSV is niet alleen als koploper van de Eredivisie op wintersport gegaan, de Eindhovenaren blijken statistisch gezien ook de beste voetballers van de eerste seizoenshelft in huis te hebben gehad.

In het door dataleverancier Opta Sports opgestelde elftal met de beste spelers over de eerste seizoenshelft vinden we vier PSV’ers terug, meldde Spitsnieuws.nl. Die spelers waren Georginio Wijnaldum, Memphis Depay, Luuk de Jong en keeper Jeroen Zoet (!). Die laatste dankt zijn uitverkiezing aan het hoogste reddingspercentage van het land (79%) én de meeste clean sheets (in de eerste seizoenshelft, natuurlijk). Zoet hield van zomer tot winter 7 keer de ‘0’. In de tweede seizoenshelft speelt hij beduidend minder. maar zijn club PSV is met drie of meer vingers in de neus op weg naar het kampioenschap in de Eredivisie.

Aan de hand van criteria als het geslaagde aantal passes, gecreëerde kansen en het percentage geslaagde acties was Feyenoord met drie spelers vertegenwoordigd (Sven van Beek, Terence Kongolo en Jens Toornstra) en had Ajax twee spelers in de basis staan (Joël Veltman en Davy Klaassen). Marko Vejinovic van Vitesse en FC Groningen-speler Tjaronn Chery maakten het team compleet.

Wat betreft een eventueel hofleverancierschap van de andere kandidaten in de Eredivisie:

FC Twente zal wel in jeugd MOETEN investeren door de financiële problemen. Zelfs een club als Heerenveen heeft de laatste jaren te maken met veel doorbrekende jeugdspelers nadat dat in het Foppe-tijdperk lang niet lukte. Vitesse plukt uit de rijke jeugdopleiding van Chelsea, ADO Den Haag hoopt datzelfde te doen bij de vooralsnog onvoorspelbare Chinese suikeroom en ook de fans van FC Utrecht kijken naar Van Seumeren om de portemonnee opnieuw te trekken voor spelers die daadwerkelijk aanvallend voetbal op de mat kunnen leggen.

Als we dan FC Groningen nog even noemen hebben we toch wel alle enigszins succesvolle clubs in de Eredivisie opgesomd, die mogelijk en op een bepaald moment in de tijd in staat moeten zijn spelers te leveren aan het nationale team en die zich tevens in een dermate grote Nederlandse stad bevinden dat ze ook in staat geacht mogen worden om goede spelers te behouden, zodat ze niet slechts hofleveranciers zijn voor sterkere Eredivisieclubs. Als je namelijk hofleverancier bent voor een andere Nederlandse club wordt je nooit DE hofleverancier van Oranje (en wordt je nooit meer kampioen in de financieel en sportief gedegradeerde Eredivisie).

Als je Nederland of Nederlanders verder wilt zien in een rol als hofleveranciers denk je misschien aan het aantal Nederlandse coaches in de belangrijkste voetbalcompetitie van de wereld: de Engelse Premier League. Koeman, Van Gaal en Advocaat zijn succesvol en het aantal coaches actief in de hoogste Engelse divisie steeg voorafgaande aan het seizoen exponentieel. Van ‘0’ naar ‘3’ Nederlandse coaches actief. Is dit een trend en zullen er (op korte termijn) meer coaches volgen, die het Kanaal oversteken? Deze vraag beantwoorden we graag met een retorische (weder)vraag: “Wie dan?!”

Er zijn (bijna) geen geschikte kandidaten (meer) te vinden, met uitzondering van Frank de Boer. Misschien is er nog een club die aan Van Marwijk denkt waar Bert dan ook zelf nog voor te porren is. Enkel en alleen voor een Premier League-club schijnt hij nog zijn bed uit te willen komen. Peter Bos, Marinus Dijkhuizen of Ron Jans zien we de oversteek nog niet zo snel maken.

You can leave a response, or trackback from your own site.

Leave a Reply